Koop het boekof e-book

Leven naast het kamp

door Boyd van Dijk

Wat doet een dorp als het plotseling wordt geconfronteerd met een nabijgelegen concentratiekamp? De inwoners van het Brabantse Vught moesten leven met Konzentrationslager Herzogenbusch, beter bekend als Kamp Vught. Ze waren kind aan huis: Vughtenaren bevoorraadden het crematorium met brandstof, pleegden misdaden, maar leverden óók vele hulppakketjes af. Anderen hielden juist grote afstand tot het kamp. Hun levens, getekend door het meest dodelijke kamp van de Lage Landen, staan centraal in deze biografie van een kampdorp.

Recensies

Een prachtig boek (...) Door niet te oordelen toont de auteur ons het grijze gebied tussen schuld en onschuld.

De Correspondent

Nauwgezet en levendig (...) Knap. (★★★★)

Anet Bleich, de Volkskrant

Een mooie studie (...) Het knappe van Van Dijk is dat hij geen oordeel velt. Hij beschrijft welke keuzes de bewoners maakten en vooral waarom ze tot die keuze kwamen.

Henk van Renssen, Vrij Nederland

Top-drie beste geschiedenisboeken van 2013 (...) Het boek is, vooral vanwege het gekozen perspectief, een must voor iedereen met belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Ewout Klei, The Post Online

Leven naast het kamp [maakt] pijnlijk duidelijk dat omstanders direct of indirect een groot aandeel konden hebben in de vervolging van Joden en politieke gevangenen.

Susan Hogervorst, BMGN

We leven nu in welvaart en vrede, maar het is hoopgevend dat de generatie van Van Dijk (26) blijft schrijven over de grootste gebeurtenis in de moderne Nederlandse geschiedenis. Boeken als dit vullen het gat in het geschiedenisonderwijs.

Elsevier

Fascinerend boek over dilemma verzet/aanpassing.

Jan Hoekema, Burgemeester Wassenaar

Van Dijk heeft zich bij zijn wetenschappelijk onderzoek vooral laten leiden door nieuwsgierigheid en verbazing (...) In dit boek brengt hij die verbazing rechtstreeks op de lezer over.

Yfke Nijland en Ad van Liempt, auteur van Kopgeld en Jodenjacht

Met zijn debuut 'Leven naast het kamp' heeft Boyd van Dijk een kroniek geschreven van het leven in Vught, in al haar facetten. De combinatie van het onvoorstelbare wrede met het ongemakkelijke alledaagse maakt dit verhaal compleet, oprecht en laat daarmee een blijvende indruk achter. (★★★★)

Cutting Edge

Boyd van Dijk is een talentvol historicus (...) Dat [hij] een belofte voor de toekomst is, bevestigt hij met het fraaie Leven naast het kamp. De meerwaarde van dit boek is het meervoudige perspectief.

Historiek

Leven naast het kamp zet je aan het denken. Wat doen wijzelf op zo'n moment met een soortgelijke situatie? De auteur weet door zijn onderzoek (...) op treffende en bijzondere wijze de Tweede Wereldoorlog weer onder de aandacht te brengen. (★★★★)

Leesfanaten.nl

De derde, herziene druk is uit.

Over Leven naast het kamp

Over

Boyd van Dijk (Breda, 1987) studeerde politicologie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Een halfjaar lang was hij een uitwisselingsstudent aan Sabançi University in Istanbul, Turkije. In 2010 rondde hij een master af aan zijn alma mater en vertrok daarna voor anderhalf jaar naar New York om Europese geschiedenis te gaan studeren aan Columbia University.

Naast zijn studies schreef hij onder meer recensies, reportages en andere verhalen voor de Volkskrant en Vrij Nederland. Een halfjaar doceerde hij vakken contemporaine geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.

In 2012 kreeg hij de Erik Hazelhoff Jong Talentprijs voor zijn doctoraalscriptie over Kamp Vught en de Vughtenaren. Een jaar later debuteerde hij met het boek Leven naast het kamp, uitgegeven door Unieboek | Het Spectrum.

Vanaf september 2013 werkt hij als promovendus in Florence, Italië. Aan de European University Institute (EUI) doet hij onderzoek naar de geschiedenis van het oorlogsrecht, het denken over oorlog en vrede.

Voor meer informatie zie zijn LinkedIn. Voor vragen of opmerkingen kunt u de auteur per e-mail bereiken.

Leesfragment

Bij het kamp ligt het binnenmeertje De IJzeren Man. In kamptijd was het een hangplek voor SS'ers: ze kwamen er eten, drinken en feesten. Ook mishandelden ze in en rond het water gevangenen.

De IJzeren man
De IJzeren Man, vooroorlogs (Fotoarchief BHIC)

Het paviljoen aan de IJzeren Man was aanvankelijk in handen van Emanuel de Jong, een Jood uit 's-Hertogenbosch. Hij woonde in de Koninginnenlaan op nummer 18, een straat waar meer Bossche Joden woonden.

In 1924 had De Jong grond opgekocht rond de IJzeren Man en dit later met gemeentelijke steun tot een populair zwemoord ontwikkeld. Niet lang na de Duitse inval werd zijn bezit geliquideerd en nam zijn bedrijfsleider, de Rotterdammer Leo Zaans (pseudoniem), het als 'speciale beheerder' over. In februari 1942 kocht Zaans het zwemcomplex voor iets meer dan 31.000 gulden van de Niederländische Aktiengesellschaft für Abwicklung von Unternehmungen (NAGU), een vennootschap die handelde in geroofde Joodse firma's. De opbrengst ging naar het VVRA (Vermögensverwaltungs- und Renteanstalt), dat onder meer de bouw van Kamp Vught financierde.

De IJzeren Man had een paviljoen met een balzaal, een restaurant en een kleine bar. Op de bovenverdieping was een modern hotel ingericht met achttien kamers. Deze suites hadden een tweepersoonsbed, stromend water en centrale verwarming. Twee kamers waren voorzien van een bad en boden vanaf het eigen balkonnetje uitzicht op het meer en het aangrenzende heidegebied. Aan de voorkant van het paviljoen lagen de zwembaden en stranden. Het strand aan de ene kant was voor de mannen terwijl dat aan de andere kant voor de vrouwen en de kinderen bestemd was. De drie zwembaden, mannen, vrouwen en kinderen, waren duidelijk gemarkeerd door paaltjes en lijnen. Tussen de zwembaden stonden houten steigers waarover de in maagdelijk wit geklede badmeesters liepen.

Rond de mobilisatie in 1940 legden Nederlandse militairen aan de noordkant van het paviljoen beslag op een stukje strand en richtten er een provisorisch bad op. Het bad kreeg een aparte status, afgescheiden van de burgerbaden. Toen de Duitsers het strand confisqueerden, kreeg het in het dorp de naam: 'Duits bad' of 'Moffenbad'.

In bezettingstijd kreeg de IJzeren Man een heel ander aanzien door de komst van grote groepen Duitse militairen, SS'ers, NSB'ers en andere pro-Duitse elementen. Zaans, de nieuwe eigenaar, was in 1940 lid geworden van de NSB, mede om zijn hand te kunnen leggen op de IJzeren Man, en radicaliseerde in de jaren erna. Hij begon zich steeds actiever in te zetten voor de nationaal-socialistische zaak en gaf veel donaties aan allerlei pro-Duitse organisaties. In 1941 meldde hij zich aan bij de Nederlandse SS, de voorloper van de Germaanse SS.

Op de bovenverdieping van het hotel waren Duitse militairen ingekwartierd. Ze organiseerden in de benedenzalen zogeheten 'kameraadschapsavonden' waarbij veel werd gedronken en gefeest. Ze beschikten over de rijke drankvoorraad van de IJzeren Man, die bestond uit kostbare wijnen als Château Rothschild en Les Vieux Moulins, champagne, Schotse whisky en Lagerbier. Het leidde ertoe dat omwonenden met regelmaat klaagden over dronken Duitsers en Hollandse SS'ers die voor ernstige overlast in hun buurt zorgden.

Hotel De IJzeren Man
Hotel De IJzeren Man (Fotoarchief BHIC)

Bijvoorbeeld op 3 februari 1942. Die nacht controleerden drie Vughtse gemeente-inspecteurs de brandputjes aan de Loonsebaan, op korte afstand van de IJzeren Man. Plotseling werden zij opgeschrikt door een harde knal, afkomstig uit die richting. Het bleek om een geweerschot te gaan, dat was afgevuurd door twee Duitse militairen, die steeds dichterbij kwamen, verklaarde later een slachtoffer:

Zij waren klaarblijkelijk onder den invloed van drank, want zij spraken zeer luidruchtige en onverstaanbare taal en waggelden over den weg. Op nog ongeveer honderd meter van mij verwijderd, loste een dezer militairen wederom een pistoolschot in onbekende richting. Wij zijn daarna met ons drieën en met achterlating van ons materiaal [...] gevlucht daar wij bang waren, dat deze militairen op ons schoten of zouden schieten. Het derde pistoolschot werd even later door bedoelde militairen, op slechts vijftien meter van ons verwijderd, op den weg gelost.

In de kamptijd nam de populariteit van de IJzeren Man snel toe. De keuken van het complex werd bijvoorbeeld gebruikt om vlees te bereiden voor de kampbewaking. Het keukenpersoneel beende het vlees uit en maakte het zo eetklaar. Het gedeelte dat was bestemd voor het lagere kamppersoneel ging naar de ingang van het kamp. Het overige, smaakvollere deel werd in de namiddag bereid voor de kampleiding en voor de Bauleitung, die 's avonds bij de IJzeren Man kwamen dineren. Zij werden dikwijls vergezeld door hun collega's uit Den Haag en door hoge SD'ers uit 's-Hertogenbosch, onder wie het hoofd Heinrich Küthe, die toezicht hield op de Brabantse kampen. Sommigen bleven na het eten slapen en overnachtten in de suites van de IJzeren Man. Ook het Nederlandse kamppersoneel kwam langs op het paviljoen, zoals de directeuren van het Philipskommando, en lokale en nationale figuren uit NSB-kringen – onder wie partijleider Anton Mussert.

In de balzaal van het paviljoen werden in kamptijd grote propagandabijeenkomsten gehouden, waarbij Zaans in zijn zwarte SS-uniform rondliep. In november 1942, toen de bouw van het kamp in volle gang was, verzamelde zich bij de IJzeren Man een legertje aan journalisten en hogere SS'ers.'De bedoeling van deze bijeenkomst was de Nederlandse pers de gelegenheid te geven tot het verwerven van een nader inzicht in doel en taak der Germaanse SS in Nederland,' aldus het persbericht. De Germaanse SS was toen pas opgericht en zag het idyllische binnenmeertje als ideale locatie om zich te presenteren aan de Nederlandse pers.

Balzaal paviljoen IJzeren Man
Balzaal van het paviljoen, naoorlogs (Fotoarchief BHIC)

Op 19 december 1943 werd op het paviljoen een zogeheten 'Joelfeest' georganiseerd, een oud-Germaans ritueel. De SS had dit omgevormd tot een nationaal-socialistische herdenking waarbij gevallen soldaten werden herdacht. Bij dit 'Joelfeest' in Vught waren enkele honderden SS'ers en belangrijke Duitse functionarissen, onder wie Beauftragte Thiel, aanwezig. De herdenkingsbijeenkomst werd geopend door Gerard Rollema, een Landwachter en lid van de SS. Zijn reputatie is berucht door zijn rol bij de latere Silbertanne-moorden (1943-1944). Deze represaille acties voor verzetsaanslagen kostten in Noord-Nederland tientallen onschuldige burgers het leven. Zij werden door Rollema en anderen in koelen bloede vermoord. Na de toespraak van deze SS'er was er een herdenking. Hierbij werden kaarsen aangestoken en nationaal-socialistische liederen ten gehore gebracht. Na afloop was er een diner in de eetzaal.

Een van Zaans' beste vrienden was een invloedrijke Duitse propagandaleider Karl Görbing, een aan de Marggraffstraat woonachtige Ortsgruppenleiter. Hij had een Vughtse huishoudster in dienst, die later werd aangesteld als kampbewaakster. Görbing, gestoken in een bruin kostuum, hield kantoor aan het Bossche Julianaplein en was vertegenwoordiger in de provincie van de NSDAP, Hitlers moederpartij. In die rol organiseerde hij voor het bezoek van hoge functionarissen aan het dorp (Mussert, Seyss-Inquart) diverse feestelijkheden met erehagen, muziek en decoraties. In de functie van Ortsgruppenleiter onderhield hij nauwe contacten met hoge SD'ers, de Beauftragte en SS'ers, en organiseerde hij feesten voor hen bij hem thuis. Een van de genodigden was hotelhouder Zaans, met wie hij al snel een goede band opbouwde. Zo goed zelfs, dat Görbing zijn zoon liet verloven met diens negentienjarige dochter, een Jeugdstormer.

De Vughtse hotelhouder was gevreesd in de buurt. In mei 1943 verraadde hij een vierenveertigjarige, van oorsprong Limburgse Jood, Arthur Hertogs, die in het naburige dorpje Helvoirt zat ondergedoken en wiens bejaarde ouders al op 5 oktober 1942 in Auschwitz waren vergast. De dader en het slachtoffer kenden elkaar van voor de oorlog, toen Hertogs eenmaal in Zaans' hotel in Heerlen overnachtte. Maar de valse papieren van de Jood waren van goede kwaliteit. De Duitse politie kon hem niets maken – en liet hem gaan, waardoor hij niet gevangen werd gezet in Kamp Vught. Dat gold niet voor Adrianus Kerssens, een knecht van Zaans. Die werd rond de April-meistakingen, nadat hij zich had ziek gemeld, door de hotelhouder opgepakt. Hij had zijn afmelding geïnterpreteerd als sabotage, terwijl de knecht in werkelijkheid last had van een oorontsteking. In overleg met kampcommandant Chiemwelski zette Zaans hem af bij de ingang van het kamp. Terwijl zijn knecht naar het appèlterrein werd geleid, fietste zijn baas terug naar het paviljoen aan de IJzeren Man. Kerssens werd op het terrein door de SS-bewaking geslagen en lag vier uur lang bewusteloos in de stromende regen. Hierdoor liep de jonge knecht een ernstige longontsteking op en moest hij worden opgenomen in het kampziekenhuis. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis mocht hij het kamp verlaten en weer naar huis. Zijn ouders kenden hun doodzieke zoon haast niet meer terug.

Rond Zaans' strandpaviljoen vonden meer excessen plaats. Zijn badmeester, Henk van der Pas, die soms onderduikers verstopte op de zolder van het paviljoen, was daar getuige van. In zijn korte memoires schreef hij dat: 'In de IJzeren Man door de gevangenen een prikkeldraadversperring [werd] gemaakt, waarbij zij tot aan hun middel in water van drie graden Celsius moesten staan. Geen wonder dat veel familieleden bericht kregen, dat de gevangenen [...] aan hartzwakte waren overleden.'

Binnenmeer IJzeren Man
Het binnenmeer de IJzeren Man (Fotoarchief BHIC)

En op een ochtend zag Van der Pas dat er een gevangene in een boom vastzat. Hij zag van een afstandje:

Dat om de boom drie S.S. kerels stonden, ieder met een hond bij zich. De stumperd werkte zich met zijn armen omhoog en trok zijn benen zo hoog mogelijk op om voor hondenbeten gespaard te blijven. Dit kon hij natuurlijk onmogelijk lang vol houden. Iedere keer als hij omlaag zakte, werden de honden aangezet, vlogen op de gevangene af en beten hem in benen en achterwerk. Het was vreselijk om te horen hoe die man om hulp riep. Ik kon hem echter onmogelijk helpen, daar dit zeker de doodstraf tengevolge zou hebben. Ik kon alleen op een afstand toekijken. Toen hij tenslotte uit de boom viel, moest hij hard naar zijn plaats teruglopen, met de losgelaten honden achter hem aan die hem steeds in de benen beten.

Na Dolle Dinsdag in september 1944 vluchtte Zaans naar Duitsland. In juni 1945 werd hij verraden, opgepakt, zijn portefeuille met 2500 gulden ingepikt, en hijzelf teruggestuurd naar Vught waar hij werd vastgezet in Kamp Vught, dat nu fungeerde als interneringskamp voor oorlogsmisdadigers. In november 1947 moest hij voorkomen bij het Tribunaal in 's-Hertogenbosch, dat het definitieve oordeel zou vellen in zijn lopende strafzaak. Van de rechter kreeg hij ruim vier jaar gevangenisstraf opgelegd en mocht hij niet langer zijn beroep van hotel-, pension-, restaurant- en caféhouder uitoefenen.

Koop het boekof e-book

Vught toen en nu

ToggleCentreer mapVerwijder lijnen
SluitenEen rondtocht door het Vught uit de kampjaren: klik op de iconen om te ontdekken welke verhalen uit het verleden schuilgaan achter de vele straten, gebouwen en villa's in het dorp. Bekijk ook de bijpassende kaarten, films en foto's (via o.a. 'Toon luchtfoto's') die de geschiedenis helder in beeld brengen.
Map wordt geladen...